- Home
- Beroepen & risico's
- Betonmortelcentralewerker
- Schadelijke producten
Schadelijke producten
Betonmortel wordt gemaakt van cement, water en toeslagstoffen, zoals zand
en grind. In Nederland zijn de belangrijkste soorten cement portlandcement,
hoogovencement en portlandvliegascement. Grind kan gedeeltelijk worden
vervangen door steenslag (gebroken natuursteen) of betongranulaat. De
betonmortel wordt eventueel aangevuld met hulp- en/of vulstoffen. De
hulpstoffen worden in kleine hoeveelheden aan het beton toegevoegd voor het
beïnvloeden van een of meer eigenschappen van het beton. Bekende
hulpstoffen zijn vertragers, luchtbelvormers, (super)plastificeerders en
pigmenten. Vulstoffen bestaan uit heel fijne deeltjes. Deze verhogen de
verwerkbaarheid, dichtheid en soms de sterkteontwikkeling van het beton.
Veel toegepaste vulstoffen zijn (poederkool)vliegas, silica fume en
kalksteenmeel. Een deel van de betoncentralewerkers heeft hinder (19%) van
schadelijke producten en schadelijk stof, maar vooral van (kwarts)stof. 9%
heeft klachten over overgevoeligheid van de luchtwegen. 11% heeft
allergische huidaandoeningen of is daarvoor behandeld.
Maatregelen voor de werkgever
- Zorg voor gesloten systemen, het afdekken van open bakken, de regelmatige controle van afdichtingen op effectiviteit en de automatisering en mechanisering van productieprocessen.
- Vermijd de opslag en het transport in bulk en het gebruik van zakgoed.
- Verminder de blootstelling aan stof en hulpstoffen door afzuiging, ruimtelijke ventilatie, gerichte afzuiging op plaatsen waar stof vrij kan komen of opstuiven en "good house keeping" (schoonmaken), vooral op plaatsen waar hulpstoffen worden afgewogen en bijgemengd.
- Inventariseer of gevaarlijke stoffen aanwezig zijn. Beoordeel of er werkzaamheden met of bewerkingen aan dergelijke stoffen worden verricht en waar. Vraag veiligheidsinformatiebladen aan bij de leverancier.
- Houd een toxische stoffenregister bij. Voor kankerverwekkende stoffen gelden extra registratieverplichtingen voor de registratie (zie het AI-blad nr. 6).
- Verstrek bedrijfsvoorschriften en geef voorlichting en instructie over het werken met gevaarlijke stoffen.
- Zorg voor een goede was-, schaft- en kleedgelegenheid.
- Zorg voor de in de veiligheidsinformatiebladen aangegeven persoonlijke beschermingsmiddelen. Stel de beschermingsmiddelen ook beschikbaar voor specifieke werkzaamheden.
Maatregelen voor de werknemer
- Werk volgens de (veiligheids)voorschriften en instructies, ook bij werkzaamheden met hulpstoffen en vulstoffen.
- Ruim lege verpakkingen en afval zorgvuldig op.
- Vermijd het schoonblazen van de apparatuur en de werkplek. Gebruik zonodig een industriële stofzuiger.
- Zorg voor een goede persoonlijke hygiëne, huidreiniging en huidverzorging.
- Gebruik de door de werkgever voorgeschreven persoonlijke beschermingsmiddelen.



