- Home
- Beroepen & risico's
- Dakdekker - bitumen / bitumineuze dakdekker
- Valgevaar en onveiligheid
Valgevaar en onveiligheid
De bitumineuze dakdekker kan vallen van een ladder, van het dak of door een open sparing. Door harde wind kan hij zijn evenwicht verliezen en kunnen materialen van het dak waaien. Verder kan hij worden geraakt door een slingerende last, vallende materialen of gereedschap. Werken met gereedschap en messen kan leiden tot snijwonden. Werken met een brander, föhn en hete bitumen kan leiden tot brandwonden. Daarnaast kan brand ontstaan door het gebruik van een brander of föhn in combinatie met brandbare materialen, of na het aanbrengen van (licht) ontvlambare producten. Werken met gas kan leiden tot een explosie. Verkeerd belasten van het dak kan ervoor zorgen dat de constructie onder de druk bezwijkt. Het werken met materieel kan leiden tot ongevallen wanneer door de afzetting op het dak heen wordt gereden.
Maatregelen voor de werkgever
- Bepaal welke voorzieningen nodig zijn om veilig op het dak te kunnen komen en hier veilig te werken. Zorg dat de voorzieningen aanwezig zijn. Spreek daarnaast af hoe deze veilig kunnen worden aangebracht. Houd daarbij rekening met de hoogte en de vorm van het dak, de uit te voeren werkzaamheden en de geldende voorschriften.
- Leg vast bij welke windkracht het werk wordt stopgezet en wie hiervoor verantwoordelijk is. Houd rekening met regionale verschillen in windkracht en de hoogte van het gebouw. Beveilig voorraden tijdig tegen het op- en wegwaaien.
- Zorg voor een goede opstelling en veilig gebruik van de bitumenketel.
- Zorg dat het gereedschap en materieel periodiek wordt gekeurd.
- Zorg dat het rijdend materieel op het dak is voorzien van een dodemansknop of een noodstop met tweehanden-bediening.
- Zorg dat adequate maatregelen zijn getroffen in verband met brand- en explosiegevaar; bijvoorbeeld goede werkinstructie, veilig gasmaterieel en brandblussers.
- Zorg voor een goede veiligheidsinstructie voor de ploeg; zie toe op het naleven van de voorschriften.
- Verstrek de noodzakelijke beschermingsmiddelen afgestemd op de risico's op het project; bij kans op vallende materialen en gereedschap een veiligheidshelm (NEN-EN 397), veiligheidsschoenen (NEN-EN 345, voorzien van code S3), werkhandschoenen (NEN-EN 388) en valbeveiliging. Bij het steunen op de knieën ook kniebeschermers of liever kniestukken in speciaal daarvoor bedoelde houders in de broek of overall. De kleding moet het lichaam bedekken. Verstrek geen kleding die gemakkelijk vlam vat, zoals kunststof. Wol of katoen is beter. Gebruik leren materialen voor de bescherming tegen vlammen of hete producten.
Maatregelen voor de werknemer
- Zorg voor een opgeruimde werkplek en goed begaanbare looproutes.
- Breng langs de randen en sparingen beveiligingen aan volgens de afspraken; houd deze beveiligingen ook in stand.
- Zorg voor een veilige opslag en een goede verdeling van de materialen op het dak.
- Controleer regelmatig de veiligheid van het gereedschap en het elektrisch of met gas aangedreven materieel. Let hierbij op onder andere de beveiligingen, contacten, snoeren, slangen en verbindingen.
- Stel de ladder veilig en stabiel op.
- Gebruik geen open vuur op brandgevaarlijke plaatsen.
- Beëindig het werk als de wind harder is dan de afgesproken maximale windkracht.
- Gebruik de voorgeschreven veiligheidsvoorzieningen en beschermingsmiddelen.



