Lichamelijke belasting

60% van de grondwerkers vindt het werk lichamelijk inspannend. 32% heeft last van de rug. Graafwerk kan soms zwaar zijn, vooral in dichte (ongeroerde) grond of kleigrond. Het loshakken van de verharding en het manoeuvreren met een trilstamper vergt veel kracht. Puin of boomwortels kunnen het werk belemmeren. Soms is de werkruimte beperkt en moet in een gebogen of gedraaide houding worden gewerkt. Het wegzakken, vast blijven zitten in een zachte of zuigende ondergrond vormt een extra belasting. In vergelijking met het gemiddelde voor de bouw hebben grondwerkers desondanks relatief weinig klachten over het bewegingsapparaat.

Maatregelen voor de werkgever

  • Houd rekening met de afspraken uit het A-blad Kabel- en Buizenleggen:
    - Sleuven minimaal 30 cm breed; minimaal 60 cm breed bij een diepte van 60 cm tot 1 m; minimaal 80 cm breed bij een diepte groter dan 1 m.
    - Pas bronbemaling toe bij water in de sleuf of put. Als dit niet mogelijk is, dienen andere oplossingen te worden toegepast, bijvoorbeeld beschermende kleding.
    - Voer graafwerk mechanisch uit. Als dit niet mogelijk is, dienen andere oplossingen te worden toegepast zoals het gebruik van een goede schep, taakroulatie en het trainen in de werktechniek.
  • Laat zwaar werk zoveel mogelijk machinaal uitvoeren.
  • Zorg voor materieel en hulpmiddelen om het werk lichter te maken.
  • Verstrek schoppen en spades die zijn afgestemd op de te bewerken grond; deze zijn ergonomisch vormgegeven en hebben een steellengte die is afgestemd op de werknemer.


Maatregelen voor de werknemer

  • Voer het zware werk zoveel mogelijk machinaal uit; dit geldt ook voor het verplaatsen en het laden en lossen van de trilplaat en trilstamper.
  • Gebruik de juiste schop of spade, afgestemd op de taak en de grond.