Lichamelijke belasting

71% van de kabel- en buizenleggers vindt het werk lichamelijk zeer inspannend. 41% heeft last van de rug. 25% ondervindt veel hinder van de werkhoudingen, vooral van het regelmatig moeten bukken (31%). Het met de hand graven en dichten van sleuven is lichamelijk zwaar, vooral in dichte (ongeroerde) grond of kleigrond. Daarnaast vergt het loshakken van verharding en het sturen van de trilstamper veel kracht. Puin, boomwortels of kabels in de sleuf kunnen het werk belemmeren.  

Maatregelen voor de werkgever

  • Houd rekening met de afspraken uit het A-blad Kabel- en Buizenleggen:
  • Houd een sleufbreedte aan van minimaal 30 cm. Zorg voor een sleufbreedte van minimaal 60 cm bij een diepte van 60 cm tot 1 m, minimaal 80 cm bij sleuven dieper dan 1 m.
    - Pas bronbemaling toe bij water in de sleuf of put. Verstrek bijvoorbeeld beschermende kleding als bronbemaling niet mogelijk is.
    - Regel dat kabels mechanisch worden getrokken of afgerold. Regel in tweede instantie dat het werk door meer personen wordt uitgevoerd. Zorg dan ook voor taakroulatie.
    - Voer graafwerk mechanisch uit. Is dit niet mogelijk, zorg dan voor goede scheppen, taakroulatie en een training in werktechniek.
  • Verstrek detectiesystemen voor het lokaliseren van leidingen.
  • Laat graafwerk en zwaar werk (zoals het plaatsen van buizen en mosterdpotten) machinaal uitvoeren.
  • Zorg dat materieel en hulpmiddelen beschikbaar zijn om het werk lichter te maken.
  • Verstrek ergonomische vormgegeven schoppen en spades afgestemd op de te bewerken grond. Zorg dat deze een steellengte hebben die past bij de individuele werknemer.  

Maatregelen voor de werknemer

  • Voer het werk machinaal en/of met hulpmiddelen uit.
  • Gebruik de juiste schop of spade afgestemd op de taak en de grond.
  • Gebruik bij montage een reciprozaag, aanboorstandaard en ruimer.