Onveiligheid
De plafondmonteur gebruikt meestal een rolsteiger. Hierbij is de werkvloer ongeveer een meter hoog en bestaat de beveiliging uit een eenzijdige leuning. Hierdoor ontstaat valgevaar. Er is daarnaast kans op vallen van een trap, niet afgezette vloerranden of door open sparingen. Ook slecht beveiligde trappen en bordessen zijn een risicofactor. Daarnaast kan de plafondmonteur struikelen over rondslingerende voorwerpen, kabels en materialen. Het werken met elektrisch aangedreven apparaten in een natte werkomgeving kan leiden tot elektrocutie. Bij boren, zagen en slijpen kunnen draaiend gereedschap of wegspringende delen (oog)letsel veroorzaken.
Maatregelen voor de werkgever
- Zorg voor een goede toegang tot de werkplekken en een veilige werkplekinrichting.
- Regel dat sparingen, randen en rolsteigers volgens de voorschriften zijn beveiligd.
- Zorg dat het gereedschap is voorzien van de vereiste beveiligingen en dat deze ook worden gebruikt.
- Zorg dat het gereedschap tenminste één maal per jaar wordt gekeurd.
- Zorg voor een goede veiligheidsinstructie; zie toe op het naleven van de voorschriften.
- Verstrek de noodzakelijke beschermingsmiddelen afgestemd op de risico's op het project; werkkleding, een veiligheidshelm (NEN-EN 397), ademhalingsbescherming, veiligheidsschoenen (NEN- EN 345 voorzien van S3-codering), een gelaatsscherm, veiligheidsbril of stofbril en werkhandschoenen (NEN-EN 388).
Maatregelen voor de werknemer
- Houd de werkplek vrij van obstakels. Laat geen afval, snoeren of gereedschap rondslingeren.
- Leg vloeropeningen dicht en beveilig de rolsteiger, de randen en de sparingen.
- Werk volgens de werkinstructies.
- Controleer regelmatig de veiligheid van het gereedschap. Vraag om vervanging als bijvoorbeeld de beveiligingen niet goed functioneren of kabels of leidingen beschadigd zijn.
- Gebruik de voorgeschreven beschermingsmiddelen.



