- Home
- Beroepen & risico's
- Rijswerker
- Onveilligheid
Onveilligheid
Tijdens het werk kan de rijswerker struikelen of uitglijden wanneer de ondergrond ongelijkmatig of glad is. Verder kan hij tijdens het machinaal transport worden geraakt door slingerende of vallende lasten. Letsel is ook mogelijk tijdens het gebruik van gereedschap, bijvoorbeeld een hakmes of bijltje. Daarnaast kan de rijswerker in de wiepenbindmachine bekneld raken. Bekneld worden door de scheepstrossen kan voorkomen bij het (assisteren bij het) transport van de kraag- en zinkstukken. De rijswerker kan hierbij bovendien in het water vallen en verdrinken.
Maatregelen voor de werkgever
- Regel een vlakke en niet zuigende ondergrond om op te werken en over te lopen.
- Leg vast bij welke windkracht en waterstand het werk wordt stopgezet en wie hiervoor verantwoordelijk is; houd rekening met regionale verschillen in windkracht en waterniveau.
- Maak bij het transport over water afspraken met water(weg)beheerders om een veilig vervoer mogelijk te maken.
- Zorg voor een goede veiligheidsinstructie voor de ploeg. Geef aan wat wel en niet mag bij gevaarlijk werk, zoals het verplaatsen van de kraag- en zinkstukken. Zie toe op naleven van de voorschriften.
- Verstrek de noodzakelijke beschermingsmiddelen afgestemd op de risico's op het project; bij kans op vallende materialen/gereedschap een veiligheidshelm (NEN-EN 397), veiligheidsschoenen, werkhandschoenen (NEN-EN 388), een zonnebril met UV-filter (in verband met het werk bij laagstaande zon en reflectie op het water), een reddingsvest en een reddingsboei (bij werk aan en op het water).
Maatregelen voor de werknemer
- Controleer dagelijks de veiligheid van het materieel.
- Stop met werken als de wind harder is dan de afgesproken maximale windkracht. Stop het werk ook wanneer het water een gevaarlijk peil bereikt.
- Gebruik de voorgeschreven veiligheidsvoorzieningen en beschermingsmiddelen.



