Lawaaidoofheid

Omschrijving
bij gehoorverlies wordt onderscheid gemaakt tussen geleidingsverlies en perceptieverlies:

  • bij geleidingsverlies is sprake van een defect in de gehoorgang of het middenoor (dit is dus geen lawaaidoofheid);
  • bij perceptieverlies kan onderscheid worden gemaakt in cochleair en retrocochleair perceptieve verliezen. Bij cochleair perceptief verlies is sprake van een afwijking in het binnenoor. Alleen dit is lawaaidoofheid. Bij een retrocochleair perceptief verlies is sprake van een afwijking in de gehoorzenuw of centraal in de hersenen. De medische therapeutische mogelijkheden bij perceptieve verliezen zijn beperkt.


Oorzaak

  • het geluidniveau: vanaf 80 dBA is geluid schadelijk;
  • de duur van de blootstelling aan dat geluid;
  • individuele gevoeligheid.


Diagnostiek

  • screening met gehoortest door Arbodienst;
  • gehoortest (toon- en spraakaudiogram) bij kno-arts, audiologisch centrum;
  • stel naar aanleiding van de diagnose en in overleg met de patiënt een begeleidingsplan op.


Behandeling
Er bestaat geen behandeling om gehoorstoornissen als gevolg van blootstelling aan lawaai te genezen. De enige mogelijkheid om iets aan gehoorstoornissen te doen, is om verdere schade te voorkomen. En daarnaast om te proberen het functieverlies als gevolg van de stoornis zo veel mogelijk te compenseren. Dit laatste kan in bepaalde gevallen worden bereikt met een gehoortoestel. Om verdere schade van het gehoor te voorkomen, is het belangrijk om preventieve maatregelen te nemen.

Preventieve maatregelen
In het algemeen zijn de volgende maatregelen aan te bevelen om klachten te voorkomen:

  • kiezen voor een werkmethode die minder lawaai veroorzaakt;
  • aanschaffen van geluidarme bouwmachines;
  • omkasten van de geluidbron;
  • maatregelen nemen bij de geluidbron zelf, zoals: geluiddempers op de uitlaat van sloophamers, gebruik van spuitmonden (nozzles) voor spuitapparatuur;
  • zorgen voor goed onderhoud van machines en gereedschap;
  • markeren van werkplekken waar hoge lawaainiveaus zijn;
  • zorgen voor taakroulatie;
  • regelmatig pauzes nemen;
  • verstrekken en gebruiken van gehoorbeschermingsmiddelen.


Meer informatie