Wat kunnen werknemers doen?
Bij kou, regen en wind:
- Zoveel mogelijk onder een overkapping of windscherm tegen regen, kou en wind
werken.
- Werkzaamheden afwisselen en voldoende pauzes nemen in een warme
omgeving.
- Gereedschappen goed schoonmaken en ze opruimen in vorstvrije ruimtes.
Voorkomen dat ladders, trappen en steigers glad zijn.
- Voldoende warme dranken drinken.
- De door de werkgever beschermende kleding aantrekken als waterafstotende
bovenkleding, handschoenen, warmte-isolerende veiligheidslaarzen, bodywarmer,
thermo-ondergoed, pet, muts etc.
- Kleding in vele lagen dragen die gemakkelijk te verwijderen en te openen en
sluiten zijn.
Dit is vooral belangrijk in werkomstandigheden met temperatuurswisseling.
- De werkgever vragen om een 'heat pack': een draagbare warmtebron die
bijvoorbeeld de handen kan verwarmen tijdens een pauze.
- Zorgen dat zij fit en gezond blijven; een goed getraind lichaam blijft langer
warm.
- De werkgever vragen hoe met de kou om te gaan.
Bij hoge temperaturen:
- Aanpassen van de werktijden.
- Intensief werk zo kort mogelijk aaneengesloten uitvoeren.
- Zwaar intensief werk vermijden of verminderen.
- Platte daken nat maken ter koeling.
- In de schaduw werken.
- Veel pauzes in koele ruimten nemen.
- Voldoende drinken.
- De zon tussen 12.00 en 15.00 uur zoveel mogelijk proberen te vermijden.
- Beschermende, luchtige kleding dragen: shirts met lange mouwen en lange
broeken, liefst van katoen.
- Het dragen van een pet of helm met nekflap.
- Een zonnebril opzetten om direct zonlicht in de ogen te vermijden.
- Om de twee uur insmeren met zonnebrandcrème van minimaal factor 10 en bij
zweten moet dit vaker worden gedaan.
- Gezondheidsklachten door warmte-uitputting op tijd melden, zoals duizeligheid,
hoofdpijn en misselijkheid.
In gebouwen of besloten ruimten
- Gebruik maken van de zonwering en het ventilatiesysteem.
- De ramen dichtlaten en de airco aanzetten.
In een binnenklimaat:
- Gebruik maken van de installaties voor verwarming, ventilatie en koeling.



