Wat kunnen werkgevers doen?

Om de blootstelling aan lawaai bij werknemers te voorkomen of te verminderen, is de werkgever wettelijk verplicht maatregelen te nemen. Hierbij moet hij de volgende volgorde aanhouden:

Hij probeert eerst het probleem bij de bron aan te pakken. Ofwel: is het mogelijk om de bron van het lawaai (bijvoorbeeld de machine) niet te gebruiken? Kan hij een andere werkmethode toepassen waarbij minder geluid vrijkomt. Bijvoorbeeld boren in plaats van heien?

Wanneer bronmaatregelen niet mogelijk zijn, is omkasting van machines of toepassing van dempende materialen de volgende stap. Als dat ook niet het gewenste effect heeft, moet de werkgever kijken of het mogelijk is het aantal werknemers dat aan lawaai wordt blootgesteld en de blootstellingduur te beperken. Bijvoorbeeld door het werk zo verdelen dat niemand in de buurt van lawaaiige machines hoeft te werken. Mocht ondanks alle inspanningen het geluidniveau toch nog te hoog zijn, dan moet de werkgever zijn werknemers van de juiste gehoorbescherming voorzien. Werknemers zijn verplicht de gehoorbescherming te dragen bij geluidniveaus vanaf 85 dB(A)).