Wat kunnen werknemers doen?

Om te voorkomen dat werknemers doof worden, kunnen zij het volgende doen:

- Zo veel mogelijk uit de buurt van het lawaai blijven.
- Werkgever vragen om geluiddempende maatregelen te nemen
  (bijvoorbeeld door omkastingen te plaatsen of door geluiddempende
  materialen toe te passen).
- Omkastingen en afschermingen bij machines dicht laten en dempers op
  gereedschap laten zitten.
- Cabinedeur en -ramen gesloten houden zodat lawaai van buiten niet naar binnen komt.
  Daarbij regelmatig de afdichtingen van openingen en kieren in de cabine contoleren
  zodat deze goed geïsoleerd blijft.
- Machines en compressoren uitzetten als ze niet worden gebruikt.
- Met een zo laag mogelijk vermogen werken.
- Rustig rijden, niet te hard optrekken om daarna meteen weer te remmen. Dit veroorzaakt
  onnodig veel lawaai.
- Voor goed onderhoud van machines en gereedschap zorgen, zodat er geen
  onderdelen gaan rammelen.
- Werkstukken vastklemmen zodat ze niet gaan trillen (veroorzaakt ook weer lawaai).
- Gereedschap en materialen niet neergooien, maar neerleggen.
- Radio niet te hard zetten(het is beter vier radio's verdeeld over de
  werkplek tegelijkertijd zacht
  aan te zetten dan één radio op een centrale plek keihard).
- De juiste gehoorbescherming dragen en deze schoon houden en stofvrij bewaren.