Wat kunnen werkgevers doen?

Om lichamelijke belasting voor hun werknemers te voorkomen of beperken, zijn werkgevers wettelijk verplicht (Arbowet, art. 3, lid 1) maatregelen te treffen. Hiervoor moeten zij de volgende volgorde aanhouden:

Allereerst moeten zij proberen te voorkomen dat er sprake is van lichamelijke belasting, bijvoorbeeld door:

- Zware elementen te gebruiken die niet te tillen zijn, zodat de inzet van een
  kraan noodzakelijk is.
- Lichte bouwmaterialen te gebruiken in goed hanteerbare afmetingen
  (verdeel bijvoorbeeld een cementzak van 25 kg over twee zakken).
- Minder belastende werkmethoden toe te passen (bijvoorbeeld gietvloeren
  of gebruik lijm en lijmpistool voor het metselen).
- Het juiste materieel en de juiste til- en transporthulpmiddelen in te zetten, ook
  voor onderaannemers (bijvoorbeeld takels, hefplateaus, kruiwagens, liften en
  lieren gebruiken om het werk te verlichten).
- De werkplek af te stemmen op de gebruiker (bijvoorbeeld door de werkhoogte aan
  te passen).

Wanneer bovenstaande maatregelen niet mogelijk of niet voldoende zijn, dan moeten bijvoorbeeld de volgende maatregelen worden genomen:

- Zorgen voor goede transportwegen en ervoor zorgen dat trappen en liften tijdig
  gebruiksklaar zijn.
- Zorgen voor een goede planning van transporten.
- Zorgen voor een effectieve opslag van materialen, op of dichtbij de werkplek.
- Zorgen voor een effectieve inrichting van de bouwplaats.


Als bovenstaande maatregelen niet mogelijk of niet voldoende zijn, dan moeten maatregelen worden genomen die gericht zijn op de werknemers die met lichamelijke belasting te maken hebben.
Bijvoorbeeld door:

- Te zorgen voor een til- en taakinstructie.
- Persoonlijke beschermingsmiddelen ter beschikking te stellen en voorlichting te
  geven over het gebruik ervan. 

Er zijn geen specifieke beschermingsmiddelen tegen lichamelijke belasting. Wel bieden enkele hulpmiddelen verlichting, zoals:

- Kniebeschermers.
- Schoudervulling.

Gerelateerde brochures