Wat kunnen werkgevers doen?

Om werknemers tegen glas- en steenwol te beschermen, zijn werkgevers wettelijk verplicht maatregelen te nemen (Arbowet art. 3 lid 1). Hierbij moeten zij de volgende volgorde aanhouden:

- Allereerst moeten zij proberen het vrijkomen van de vezels zo veel mogelijk te beperken
  door materiaal en werkmethoden te kiezen die de minste kans op blootstelling geven.
  Bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat het materiaal niet onnodig uit elkaar wordt
  getrokken maar altijd met een scherp mes wordt gesneden op een vaste ondergrond. 
  Dit kan alleen bij materiaal tot 100 kg/m3. Voor het werken boven het hoofd is het
  bijvoorbeeld beter om tweezijdig ingepakte dekens te gebruiken.

- Als glas- en steenwol gezaagd moeten worden, moeten zij zorgen voor goede stofafzuiging
  en een goede ventilatie van de werkplek. Daarnaast moeten zij ervoor zorgen dat stof zo
  snel mogelijk wordt opgezogen met een stofzuiger zodat het niet kan opstuiven en kan
  worden ingeademd.

- Als deze maatregelen niet het gewenste effect hebben, dan moeten zij ervoor zorgen
  dat het aantal blootgestelde werknemers en de blootstellingsduur worden beperkt.
  Bijvoorbeeld door werkzaamheden met glas- en steenwol zoveel mogelijk te scheiden
  van andere werkzaamheden.

- Als bovenstaande maatregelen onvoldoende resultaat opleveren, moeten persoonlijke
  beschermingsmiddelen ter beschikking worden gesteld. Aangeraden worden:
  - lederen handschoenen om huidcontact te vermijden;
  - in kleine en/of slecht geventileerde ruimten: een fijnstofmasker (type P2);
  - een veiligheidsbril (ruimzichtbril) bij werken boven het hoofd;
  - een gladde overall zonder zakken en andere opstiksels.

Tools