Wat kunnen werkgevers doen?

De maatregelen die werkgevers moeten nemen, moeten gericht zijn op het voorkomen van inademing van de kankerverwekkende stoffen. Ook is het belangrijk de uitstoot van schadelijke gassen te verminderen. De volgorde die zij hierbij moeten aanhouden is de volgorde:

1. Vervangen van dieselmotor mogelijk?
De ingrijpendste en beste maatregel is het vervangen van dieselmotoren door bijvoorbeeld elektromotoren of LPG-motoren. Materieel op vaste plaatsen kan vaak door elektrisch aangedreven materieel worden vervangen. Als het vermogen niet al te groot hoeft te zijn, kan de dieselmotor vaak worden vervangen door een benzine of LPG-motor.

2. Vermindering van uitstoot mogelijk?

- Uitlaatgassen kunnen via systemen worden geleid die de schadelijke stoffen (gedeeltelijk)
  verwijderen (gangbare mogelijkheden zijn: roetfilters, katalysatoren en combifilters).
- Het goed onderhouden van de motor is erg belangrijk. Als dit niet goed gebeurt, zal
  de verbranding van de dieselolie onvolledig zijn. De uitlaatgassen bevatten dan teveel 
  schadelijke stoffen.
- Bronafzuiging bij stationaire bronnen (pompen, aggregaten, compressoren) en door
  afzuiging in de garage bij onderhoud.
- In besloten ruimten de concentratie van uitlaatgassen verminderen door afzuiging
  en/of geforceerde ventilatie met toevoer van verse lucht.


3. Vermindering van uitstoot door technische aanpassingen aan dieselmotoren (door fabrikanten):
 

- Recirculatie van uitlaatgassen.
- Hoge druk inspuiting van de brandstof.
- Elektronische inspuitregeling.
- Startstop automaat voor rijdend materieel


4. Isoleren van de werkplek mogelijk?
Als vervanging van de motor of vermindering van de uitstoot niet mogelijk is, moet de werkgever deoplossing zoeken in het isoleren van het materieel en de uitlaatgassen op de werkplek, bijvoorbeeld door: 

- Aggregaten zo ver mogelijk van de werkplekken vandaan zetten.
- Bij materieel dat buiten ingezet wordt, de uitlaatpijp verlengen en naar boven richten.
- Chauffeurs en machinisten in hun cabine af te schermen met een dichte cabine met overdruk en combifilter (stof-/koolfilter).


5. Beperken van de kans op inademen mogelijk?

Verminder blootstelling door alleen materieel in te zetten en te gebruiken als het echt nodig is en organiseer het werk zo dat er zo weinig mogelijk dieselmotoren gelijktijdig op de werkplek aanwezig zijn. Zet de motoren uit als ze niet worden gebruikt. De werkgever is verplicht om nieuwe technische ontwikkelingen te volgen. Zodra er een technisch betere oplossing is, moet hij deze invoeren.

6. Gebruik ademhalingsbescherming.
Als alle technische maatregelen onvoldoende zijn, moet u  werknemers van ademhalingsbescherming (Volgelaatsmasker met P3-filter) voorzien.