Normen

Op nationaal, Europees of mondiaal (wereldwijd) niveau maken partijen (overheden, consumentenorganisaties, bedrijven) afspraken met elkaar over de (technische) specificaties van een product, dienst of bedrijfsproces. Het document waarin een afspraak wordt vastgelegd, wordt een norm genoemd. Het Nederlands Normalisatie Instituut (NNI) te Delft is voor ons land de organisatie die zich bezighoudt met het (inter)nationale proces rondom de normen.

Er zijn EN-normen, NEN-EN-normen en NEN-normen. De EN-normen zijn de normen die op Europees niveau worden opgesteld. Volgens afspraak moet elke Europese norm vervolgens in alle landen van de Europese Unie worden ingevoerd. Dit is de belangrijkste taak van het NNI. Een ingevoerde Europese norm is over het algemeen te herkennen aan een voorvoegsel gevolgd door EN. Het voorvoegsel verschilt per land. Voor Nederland is het NEN (dus NEN-EN), voor bijvoorbeeld Duitsland is dit DIN (DIN-EN) en voor Engeland is het BS (BS-EN).

NEN-normen zijn de nationale normen die binnen Nederland tot stand komen en ook alleen voor Nederland gelden.

In beleidsregels wordt vaak verwezen naar normen, bijvoorbeeld NEN 1010 'Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties' en NEN 2484 'Draagbaar klimmaterieel ladders en trappen'. Ze hebben dezelfde status als een beleidsregel. Dat betekent dat ze niet algemeen verbindend zijn, maar wel normstellend. Er mag van de norm worden afgeweken maar alleen wanneer kan worden aangetoond dat minstens hetzelfde beschermingsniveau wordt bereikt.