Wat kunt u doen?

Om uw werknemers zo min mogelijk bloot te stellen aan stof, bent u wettelijk verplicht (Arbowet, art. 3, lid 1) maatregelen te treffen. Hierbij moet u de volgende volgorde aanhouden:

- Allereerst moet u zorgen dat het vrijkomende stof zo weinig mogelijk schadelijke
  bestanddelen bevat (bijvoorbeeld door gebruik van kwartsvrije materialen in
  plaats van kwartshoudende materialen). Of: het ontstaan en verspreiden van stof
  beperken door te kiezen voor andere materialen (bijvoorbeeld houten plaat in plaats
  van MDF dat meer stuift als je het zaagt) of andere werkmethoden (bijvoorbeeld
  nat zagen/boren/stralen in plaats van droog; stofzuigen in plaats van vegen of borstelen).
- Als die maatregelen niet mogelijk of onvoldoende zijn, moet u ervoor zorgen dat uw
  werknemers kunnen beschikken over gereedschap met goede afzuiging. Daarnaast moet
  u toezien op het gebruik ervan.
- Als deze maatregelen niet het gewenste effect hebben, moet u ervoor zorgen dat het
  aantal werknemers dat aan stof wordt blootgesteld en de blootstellingsduur worden
  beperkt. Bijvoorbeeld door stoffige werkzaamheden van stofvrije werkzaamheden te
  scheiden.
- Als bovenstaande maatregelen onvoldoende resultaat opleveren, moet u persoonlijke
  beschermingsmiddelen ter beschikking stellen aan uw werknemers. De keuze voor een
  bepaald ademhalingsbeschermingsmiddel wordt bepaald door de giftigheid van het stof
  en de stofconcentratie. Voor de juiste beschermingsmiddelen kunt u PISA (Productgroep
  Informatie Systeem Arbouw) raadplegen (zie rechts op de pagina).

Maatregelen voor uw werknemer vindt u bij de werknemersingang van deze website, onderdeel Risico's, subonderdeel houtstof.

Tools